Sneeuw: wat is sneeuw vormen van sneeuw bewegende sneeuw

Sneeuw geeft in aanvang een romantisch beeld, maakt kinderen enthousiast wekt bij iedereen herrinneringen op ontaard ten laatste in een papperige kliederboel. Wat is sneeuw en welke invloed heeft het op de natuur. 

sneeuw en bewegende sneeuw

Sneeuw: wat is sneeuw vormen van sneeuw bewegende sneeuw

Veel foto’s worden gemaakt als het land bedekt is met een mooie witte sneeuwlaag, velen ervaren sneeuw als romantisch, het kan herrinneringen opwekken uit onze jeugd of van bijvoorbeeld een zeer geslaagde wintersportvakantie. Vroeg of laat veranderd de sneeuw in een rommelige papperige bende die voor veel overlast en hinder zorgt. Tijdens sneeuw is de mobiliteit van de mensen moeilijker wat zeker voor ouderen en gehandicapten een probleem kan zijn. Nederland telt gemiddeld dertig sneeuwdagen per jaar. Dit getal lijkt hoog maar hierbij zijn vele dagen dat de sneeuw valt als natte sneeuw en ook gelijk weer verdwijnt.

Ijskristallen in relatie tot sneeuw

Ijskristallen ontstaan doordat onderkoeld water onder bepaalde omstandigheden verdampt, als deze waterdamp dan bevriest ontstaan kleine tot zeer kleine ijskristallen. Als de vallende ijskristallen in een temperatuur komen van boven de -5 graden kunnen de kristallen zich verbinden tot vlokken. De grote van de vlok wordt bepaald door de temperatuur van de lucht, de hoeveelheid vocht in de lucht en de luchtbeweging. Als de temperatuur op weg naar beneden boven het vriespunt uitkomt dan veranderd de sneeuw  in natte sneeuw of regen. Onder sommige omstandigheden wordt de sneeuw hagel.

Als de lucht dus koud genoeg is kan er sneeuw vallen of deze blijft liggen wordt bepaald door de temperatuur van de bodem en van de onderste luchtlagen bekijken we deze sneeuwvlokken van dichtbij met behulp van een microscoop dan zie je mooie zespuntige ijskristallen. Van vorm kunnen deze ijskristallen heel onderscheiden zijn, wat te zien is op ruiten die bevroren zijn. Hierbij kunnen verschillende vormen en figuren zichtbaar worden zoals bloemen.

Verschillende vormen sneeuw: natte sneeuw droge sneeuw motsneeuw stuifsneeuw en korrelsneeuw

Sneeuw kennen we in verschillende vormen:

  • Natte sneeuw, valt al halfgesmolten of is vermengd met regen.
  • Droge sneeuw, wanneer de sneeuw valt bij temperaturen onder het nulpunt dan spreken we van droge sneeuw.
  • Motsneeuw zijn kleine zachte korrels met een doorsnede van een paar millimeter.
  • Stuifsneeuw is sneeuw die bij winderig weer van de aarde opwaaid.
  • Korrelsneeuw heeft een doorsnede van 2 tot 5 millimeter en bestaat uit witte doorzichtige ijskorrels.
  • Tevens hoort men regelmatig spreken over eeuwige sneeuw waarmee sneeuw wordt bedoeld die op zo een hoogte ligt dat deze zelfs in de warme jaargetijde niet smelt.
  • Planten en dieren in de sneeuw

Sneeuw en de poolstreken

Sneeuwvlokken zijn luchtig , hebben geluidsdempende eigenschappen en isoleren zeer goed. Door de isolerende eigenschappen van sneeuw wordt het voor planten die leven in hooggebieden en in poolstreken makkelijker om te overleven. Sommige diersoorten zoals rendieren, reeën en schapen hebben de mogelijkheid om een niet te dikke laag sneeuw met hun poten weg te schrapen om zo bij het rendiermos te komen. Rendiermos is een soort korstmos wat de dieren als voedsel kan dienen. Blijft de sneeuw lang liggen dan zijn er vele diersoorten die in de problemen komen zoals bijvoorbeeld kerkuilen die zich voornamelijk voeden met muizen. Als hun reserves voor de winter op zijn verzwakken ze sterk en deze periode mag niet te lang duren. Dieren die leven in de hooggebergten of in de noordelijke en zuidelijke poolgebieden trekken in de winter vaak meer zuidwaarts zoals bijvoorbeeld ganzen en kraanvogels.

Ook rendieren verplaatsen zich zuidelijker. Dieren die leven in berggebieden trekken bij koude naar de dalen, andere soorten leggen wintervoorraden aan of houden een winterslaap. Lemmingen en sneeuwmuizen zien er kans voor om door gangen in de sneeuw te maken zichzelf toch van voedsel te voorzien. Roofvogels en roofdieren kunnen zich vaak aan de omstandigheden aanpassen en hebben niet zo een groot probleem om een koude periode door te komen. Dieren voorzien zich tijdens de winter soms ook van een witte wintervacht om zo minder op te vallen de hermelijn is hier een mooi voorbeeld van. Voorbeelden van bomen en planten die de capaciteiten hebben om zich aan de winterse omstandigheden aan te passen zijn bijvoorbeeld loofbomen die hun bladeren afwerpen.

Planten zoals bijvoorbeeld edelweiss zijn erg fijn behaard en zo beter in staat warmte vast te houden , dit voorkomt uitdroging. Boven de boomgrens kan de temperatuur van de aarde overdag warmer worden dan 35 graden en ’s nacht flink onder het vriespunt dalen zodat dit van de planten gedurende het gehele jaar door altijd een groot aanpassingsvermogen vraagt.

Gletsjer bewegende sneeuw

Een gletsjer bestaat uit sneeuwijs dat langzaam naar beneden schuift maar omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat die snelheid oploopt tot meer dan tachtig meter per uur. Op hun weg naar beneden die door bergkammen schuift nemen gletsjers losse stenen en rotsblokken mee. Uitstekende rotsen kunnen scheuren en spleten in het ijs veroorzaken wat gevaarlijk kan zijn. Gedeelten van de gletsjers smelten vaak in de zomer af en het smeltwater stroomt naar het dal. Dit proces gaat gepaard met veel geluid.

Als een sneeuwmassa door dooi, vermindering van vorst, door een te hoog gewicht of door een andere oorzaak onverwachts gaat schuiven en als sneeuwmassa naar beneden denderd vallen hierbij ieder jaar weer verscheidene dodelijke slachtoffers. Sneeuw is mooi maar heeft eveneens gevaarlijke kanten opletten blijft dus noodzaak.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *