Libellen: algemene informatie bijzonderheden en kenmerken van de libel

Algemene en bijzondere informatie over libellen, het onderscheid tussen libellen en andere insecten,hun leefwijze, hun lichaamsbouw, hun leefplek, kleuren, de paring, hun levenscyclus en allerlei leuke wetenswaardigheden.

Libellen

Libellen: algemene informatie bijzonderheden en kenmerken van de libel

Libellen komen wereldwijd in zeer veel verschillende soorten voor (5858 soorten zijn beschreven) grotendeels leven zij in warme landen, in Nederland en België komen samen zo’n 74 verschillende soorten libellen voor. Bijzonderheden van libellen zijn hun opmerkelijke vliegkunsten en hun zeer onderscheiden mooie kleuren. Libellen behoren tot de insectenorde Odonata.

Kenmerken die libellen onderscheiden van andere insecten

  • een lang vaak slank achterlijf
  • kleine weinig opvallende antennes
  • een beweeglijke kop met grote facetogen
  • twee paar onopvouwbare vleugels die rijk geaderd en stevig zijn.
  • de borst is schuin gericht en de poten zijn naar voren geplaatst

De libel en zijn leefwijze

De libel is een schoonheid om te zien, vaak zeer mooi en opvallend van kleur en heeft een bijzonder vliegvermogen, sommige soorten kunnen zelfs achteruit vliegen.De levenscyclus van de libel bestaat uit vier stadia ei- prolarve- larve- volwassen libel. Als volwassen libel leeft het dier gemiddeld maar 6 tot 8 weken al kan dit per soort sterk varieëren van slechts twee weken tot 10 a 11 maanden. Vijanden van de libel zijn onder andere kikkers en vogels en ook worden ze vaak het slachtoffer van een spinnenweb. Vele libellesoorten leven bij het water, ook de heide, vennen en hoogvenen zijn biotopen waar verschillende libellesoorten hun leefplek hebben. Zoals alle insectensoorten hebben libellen spierarbeid nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden, ook zijn het echte zonliefhebbers.

De levenscyclus van de libelle

De levenscyclus van de libelle bestaat uit vier stadia namelijk: ei- prolarve- larve- volwassen libelle. Twee weken na het leggen van de eieren kan het uitsluipen van de prolarven beginnen afhankelijk van het seizoen. Worden de eieren pas in de late herfst gelegd dan kan het uitsluipen van de prolarve duren tot het volgende voorjaar. De prolarve heeft een glad lichaamsoppervlak. De larve lijkt al veel op een volwassen libelle. 

Lichaamsbouw van de libelle

Het lichaam van de libelle bestaat uit een kop, een borststuk en het achterlijf. De libelle heeft facetogen die erg opvallend zijn, de samengestelde ogen bestaan uit vele verschillende facetjes dit kunnen er tussen de 10.000 en 50.000 zijn. Het bovenste gedeelte van de libelle ogen kan scherp in de verte kijken, het onderste gedeelte ziet het beste dichtbij. Voor het onderscheiden van licht en donker heeft de libel ook nog drie enkelvoudige ogen. Waarschijnlijk functioneren deze ogen ook als optisch evenwichtsorgaan. Om snelheid te meten vervormt de libel zijn antennes, en met zijn mond is de libelle in staat om hard te bijten. In tegenstelling tot verschillende andere insecten steekt de libelle niet.

De kop kan goed in alle richtingen buigen en draaien omdat het voorste borstgedeelte met draaibare verbindingen zowel aan de kop als aan het achterlijf vastzit. Doordat het borststuk naar achteren is gekanteld staan de poten verder naar voren wat de libelle verschillende voordelen geeft zoals het feit dat het door de stand van de poten makkelijker is om prooi in de vlucht te vangen en eenvoudig op te eten. De poten met hun doornen(kleine stijve haartjes) zijn een uitstekend vangnet tijdens de jacht, en het is voor de prooi bijna onmogelijk om uit de poten van de libelle te ontsnappen.

Een opmerkend kenmerk van de libelle is zijn opmerkelijke vliegkunst die mede mogelijk wordt gemaakt doordat de 4 vleugels niet met elkaar zijn verbonden en dus allen apart aan te sturen zijn. Bij andere insecten zijn de vleugels daarentegen vaak wel met elkaar verbonden. Opmerkelijke vliegkunsten van de libelle zijn onder andere:

  • Verticaal opstijgen, stilhangen in de lucht en achteruit vliegen.
  • Ook de snelheid van de vleugelslag van de libelle wijkt af van die van vele andere kleine insecten, bij de libelle is deze slechts 20 tot 40 slagen per seconde. Er bestaan echter ook kleine insecten die een vleugelslag van plusminus 1000 slagen per seconde halen.
  • De snelheid die de libelle met zijn trage vleugelslag kan halen is zo’n 50 kilometer per uur, waarmee de libelle behoort tot één van de snelstvliegende insecten.
  • Het achterlijf van de libelle is erg buigzaam doordat het bestaat uit tien segmenten. Deze buigzaamheid komt uitstekend van pas tijdens de paring die plaatsvindt in een paringswiel. Ook zorgt het achterlijf voor stabiliteit tijdens het sturen terwijl de aanhangsels gebruikt worden om het vrouwtje tijdens de paring vast te houden.

De libel en zijn mooie kleuren

De mooie vaak felle kleuren van de libellen trekken sterk de aandacht of deze nu blauw, geel, groen of felrood van kleur is. Bij tropische soorten komen vaak gekleurde vleugels voor. Naast schoonheid hebben de kleuren in het leven van de libel nog verschillende andere functies zoals: de herkenbaarheid bij het zoeken van een partner, kleuren helpen ook om de lichaamstemperatuur van de libel op peil te houden. Kleuren kunnen verhullend werken wat soms een voordeel kan zijn.

Paring en bevruchting bij libellen

De libel kent een vrij unieke manier van paren, deze paring kan erg verschillend van tijdsduur zijn van enkele seconden tot meerdere uren. De paring kan zowel in rust als tijdens het vliegen plaatsvinden. De eerste stap is dat het mannetje sperma overbrengt naar zijn secundair geslachtsorgaan omdat het primaire geschlachtsorgaan op een voor het vrouwtje onbereikbare plaats ligt. Daarna pakt het mannetje het vrouwtje vast, achter de kop of bij het halsschild, hij gebruikt hiervoor zijn achterlijfaanhangsels het doel hiervan is dat ze tandem gaan vliegen. Samen vormen ze dan het paringswiel waarbij het vrouwtje de sperma van het mannetje overneemt, de bevruchting vind plaats tijdens de eiafzetting.

De eitjes van een libelle

De vrouwelijke libelle zet de eitjes af met haar legapparaat bij vele soorten wordt ze hierbij nog steeds door het mannetje vastgehouden. Eitjes kunnen worden afgezet door verstrooing over het water, door afzetten in de modder of net onder het wateroppervlak. Bij de libellesoorten juffers en glazenmakers vindt de eiafzetting op een afwijkende manier plaats, met de ‘legboor’ worden gaatjes gemaakt in waterplanten en hierin worden de eitjes, die langwerpig van vorm zijn, gestopt. De meeste eitjes ontwikkelen zich in twee tot vier weken tot een larve, bij eitjes gelegd in de herfst kan het zijn dat dit duurt tot het voorjaar. Ook bij sommige noordelijke soorten is het normaal dat de eitjes overwinteren.

De larve van de libelle

De larve lijkt al gelijk op een volwassen libelle al hebben ze nog geen vleugels, zijn de ogen kleiner en het lijf korter. De pas uitgekomen larve ondergaat zeer snel zijn eerste vervellingen om daarna te kunnen overwinteren een pas uitgekomen larve kan zeer slecht tegen kou. De larven blijven hierna een bepaalde tijd onder water, deze tijd kan variëren van een paar maanden tot wel 5 jaar. Ze jagen in deze tijd volop op kleine waterdieren en kleine vissen. Zelf worden ze bedreigt door kikkers, vissen, waterinsecten en soms zelfs ook door soortgenoten. De larve kan zijn verlengde onderlip snel uitklappen en dit orgaan gebruiken als grijper.

De volwassen libelle en zijn vijanden

Een volwassen libelle noemt men ook wel een imago. De larve komt uit het water om zijn laatste vervelling te ondergaan. In deze tijd is de larve kwetsbaar omdat het dier lange tijd nodig heeft om op te drogen en gedurende deze tijd niet kan vliegen. Volwassen libellen zijn als ze vliegen een moeilijk te verschalken prooi. Toch heeft het dier wel vijanden zoals zwaluwen,bijeneters, boomvalken, parasieten, mijten en wormpjes. De grootste vijand van de libelle is echter de mens omdat deze de leefgebieden van de libelle aantast.

De libel en het op peil houden van zijn lichaamstemperatuur

Door spierarbied, bijvoorbeeld het trillen van de vleugels, kunnen libellen evenals de meeste andere insecten hun lichaam op temperatuur houden.  De libel maakt een optimaal gebruik van zowel zonlicht als zonnewarmte door zich te koesteren in de straling hiervan en door op warme, zondoorstoofde voorwerpen te gaan zitten. Als het erg warm is verkleint de libel de hoeveelheid lichaamsoppervlak die aan de zon wordt blootgesteld, hij of zij richt hiervoor het achterlijf op de zon we noemen dit de ‘obeliskbouding’ een soort handstand.

Biotoop of leefomgeving van de libelle

Bekende gebieden waar libellen veel voorkomen zijn bij stilstaand water, bij stromend water en bij vennen en hoogvenen. Libellen vertoeven graag bij het water omdat hun larven daarvan afhankelijk zijn. Bij zeeën en sterk vervuilde wateren vinden we de libellen echter niet, hun aanwezigheid zegt dus wel iets over de kwaliteit van het water.

Vrouwtjes mijden soms het water om een uitnodiging tot paring te vermijden.

  • Stilstaand water van vijvers,meren,poelen en plassen zijn een zeer geschikte biotoop voor vele soorten libellen. De larven verblijven tussen de waterplanten en de vlakkere oevergedeeltes. Vaak hebben de hier verblijvende libellesoorten geen bijzondere behoeftes.
  • Ook stromend water is een biotoop voor bepaalde libellesoorten al zijn dit er wel minder dan bij stilstaand water. Voorbeelden van libellesoorten die leven bij snelstromende rivieren en beken zijn: rombouten, beekjuffers en bronlibellen, hun larven hebben behoefte aan het zuurstofrijke water van de snelstromende rivier of beek.
  • Bij vennen en hoogvenen een derde biotoop waar libellen leven vinden we sterk gespecialiseerde soorten die afwijkende behoeftes hebben zoals de speerwaterjuffer en de venglazenmaker. Bijzondere kenmerken van deze leefomgeving zijn voedselschaarste, sterke temperatuursverschillen en een lage zuurtegraad.

Libellen tot slot een leuke bijzonderheid

Wat velen niet weten is het feit dat bepaalde libellesoorten migreren zoals trekvogels we praten dan over zo’n 25 tot 50 soorten. Waarschijnlijk zijn insecten al eerder met verre migraties begonnen dan trekvogels al is het van insecten en libellen minder bekend.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *